|
Inhoud cursus VBA voor EXCEL
1. Herhaling van de belangrijkste VBA basisbegrippen
1.1. Wat is VBA ?
1.2. Macro – opnemen/gebruiken
1.3. Macro bewerken
1.4. Programmeren in VBA
1.4.1. Algemeen:
• Basisopdrachten
• Expressies
• Operatoren
• Variabelen/constanten
• Wat zijn procedures/functies
• Parameters bij procedures/functies
• Arrays
• Lussen (for..next, for each..next, do while, do..loop while, do until, while wend)
• Condities (if...then...else, select case)
• Foutopvang (on error)
• Eigenschappen (properties)
• Methodes
• Verzamelingen (collections)
1.4.2. Werken met:
• Expressies (praktijk)
• Variabelen/constanten (praktijk)
• Functies (praktijk)
• Arrays (praktijk
• Lussen en condities
1.4.3. Objecten/objectmodellen in Office:
1.4.4. Interactie met de gebruiker :
• Statusbalkboodschappen
• Dialoogvensters (messagebox)
• Invoervensters
• Eigen ontworpen vensters (user forms)
• Gebeurtenissen (events)
2. MS Office VBA voor Excel
2.1. Automatische procedures
2.1.1. AutoExec
2.1.2. AutoOpen
2.1.3. AutoExit
2.2. Werken met objecten
2.2.1. Objecten/objectmodellen in Excel
2.2.2. Werken met werkboeken
• Workbooks collection
• Workbook object
2.2.3. Werken met werkbladen
• Worksheets collection
• Worksheet object
2.2.4. Werken met bereiken
• Range object
• ActiveCell, Selection
• CurrentRegion, UsedRange
• Cells
• Offset
|